Haagse Jitters: Cary van Rheenen

Zo nu en dan doet een Hagenaar/Hagenees zijn of haar zegje over Den Haag. In de vorm van een column, gedicht, verhaal of interview. Deze keer de veelzijdige Haagse auteur, muzikant, acteur en nachtmijmeraar Cary van Rheenen. Foto boven: Henk Ros

Indiaan of Hells Angel?

Regelmatig kom je deze opvallende verschijning tegen in de stad of bij festivals, zijn prachtige witte herdershond aan zijn zijde. Cary heeft wel wat weg van een Indiaan met zijn lange haar en veren in zijn oren. Sommigen vinden hem meer lijken op een Hells Angel, met zijn leren jas en grote ringen aan zijn vingers. Maar vooral is het een sympathieke, knappe man met een groen geel hart.

Elke nacht plaatst Cary van Rheenen een verhaal of gedicht op Facebook over wat hij meemaakt in zijn stad Den Haag. Deze veelgelezen nachtmijmeringen zijn onlangs in een boekvorm gebundeld. Met trots presenteert Cary zijn bundel ‘nachtmijmeringen’ op 14 september in het Prinses Irene Sportpark vanaf 20.00. Uiteraard kun je de bundel deze avond met korting kopen en geniet je van heerlijke live muziek van Lesley Presley, Tess et Le Mouton, Ronnie Sober, Sloppy Tom en One White Dog. Schrijf je wel even in via Facebook want vol is vol.


Nachtmijmering Cary van Rheenen: Den Haag in geur en geluid

Ik houd van weddenschappen en van Den Haag. Tijdens een gezellig feestje ontstond de discussie over wie Den Haag het beste zou kennen. Er werd met straatnamen, wijken, historische gebouwen, beroemde inwoners, negorij en voormalige burgemeesters gebluft. De geschiedenis van de Hofstad werd in allerlei versies als de oprechte waarheid verkondigd. Al deze kennis, al of niet waar leidde tot weddenschappen waarbij alle gebezigde namen, termen en locaties getoetst zouden worden. Ik had een troef, een uit de mouw getrokken aas. Ik wedde dat ik op basis van geur en geluid de exacte plek kon herkennen waar ik op dat moment was. We zouden in de cabriolet van Gert Jan plaatsnemen, ik zou me laten blinddoeken en Gert Jan zou rondrijden in Den Haag, op verschillende plaatsen stoppen om mij de gelegenheid te geven mijn reuk en gehoorzin optimaal te gebruiken. Ik moest vier van de vijf plekken waar gestopt zou worden moeten herkennen, indien ik minder dan vier zou scoren, had ik de weddenschap verloren.

Gegrilde kip en zware tabak

We stapten in de cabrio, ik kreeg een blinddoek om en we reden weg naar voor mij nog onbekende plaatsen. De eerste stop was niet al te moeilijk, tramgeluiden en de geur van gegrilde kip, onmiskenbaar het kruispunt Zuiderparklaan/ Escamplaan voor de winkel van poelier Victor Meijer. Ik had een vinkje verdiend.
De tweede stop, geroezemoes, een veelheid van geuren, en luide roepende stemmen, op de achtergrond ook weer tramgeluid. Het was de buurt waar ik opgegroeid was, die in mijn brein besloten lag, de markt aan de Herman Costerstraat. Vinkje twee. We reden door, niet al te ver, we stopten op een plek met veel verkeer, maar ook de geur van zware tabak en Arabisch klinkende mannenstemmen. Een makkie, zo dicht bij de markt, dat moest het kruispunt Vaillantlaan/ Wouwermanstraat, het koffiehuis op de hoek zijn. Vinkje drie.

Geleenstraat en Hofvijver

De volgende halte werd gekenmerkt door rust en stilte, maar wel voelbare aanwezigheid van mensen. Opvallend was het onregelmatige getik alsof het regende, maar ik voelde geen nattigheid. Mijn idee was een timmermanswerkplaats zoals in de Elandstraat, dus werd mijn antwoord timmerwerkplaats in de Elandstraat. Een luid gelach volgde, Gert Jan zei warm maar niet warm genoeg, doe je blinddoek maar even af. Tot mijn grote verbazing stonden we midden in de Geleenstraat. Geen vinkje.
We reden naar de laatste bestemming, de plek waar alles voor mij vanaf hing. Tijdens de rit trachtte ik te bluffen door bij het horen van een carillon even op te merken de Haagsche Toren, de geur van haring en het geluid van een fontein, de haringtent bij de Hofvijver, stilte onderbroken door klokkengelui, de begraafplaats Sint Petrus Banden. Maar bij geen van deze door mij herkende plekken werd gestopt, en door de lengte van de rit raakte ik alle oriëntatie kwijt.

Eindelijk stopten we, Gert Jan zei dat we voor deze laatste allesbeslissende bestemming de auto moesten verlaten. Ik werd aan beide zijden aan de arm geleid, een korte wandeling, ik rook stro en hooi, ik hoorde het gesnuif en gekrab van paardenhoeven. De stallen van de bereden politie, ik begreep niet dat ze het mij zo makkelijk gemaakt hadden. Ik riep DE BEREDEN POLITIE, ik trok juichend de blinddoek van mijn hoofd en zag dat ik in de Koninklijke Stallen stond. Geen vinkje.