Haagse Jitters: Michiel Snijders

De Haagse Michiel Snijders groeide op in het Statenkwartier in Den Haag. Hij speelde rugby bij de Haagsche Rugby Club (HRC). Daarna werd hij trainer en kreeg een aanstelling als coach aan de TUDelft. Met zijn studenten bevond hij zich in de hoogste divisie van het Nederlands Rugby. Naast zijn passie voor rugby, borrelt hij graag bij O’Caseys, in de Oude Molstraat of bij evenementen. Foto: Nathalie Bouwens

michiel snijders rugby team
Foto: Nathalie Bouwens

Een weekje zon in februari is goed voor de mens

Tekst: Michiel Snijders. De glimlach is terug op ons gezicht, de kleding wordt schaarser, de drankjes worden buiten genuttigd. We vragen ons met zijn allen af of dit het begin is van een schitterende lente en nog mooiere zomer. Immers, Den Haag is op z’n mooist als die goudgele sloopkogel daarboven zijn gezicht toont boven de duinen en de Grote Kerk. Het is de aankondiging van wat komen gaat: de talloze festivals in parken in de stad en op Scheef, de borrels buiten de kroegen in de Oude Molstraat, de terrasjes die weer zullen uitpuilen op de Grote Markt, de flanerende shoppers op de Denneweg, de haven die St. Tropez doet verbleken en het Voorhout dat een zomer lang bezet is met foodtrucks en onverklaarbare beelden en kunstwerken. Het is Den Haag, zo zien we ’t graag.

Vrienden en terrassen

De Haagse bevolking lijkt ook te verdubbelen, al die bekende gezichten van vorige zomer komen na een lange winterslaap opeens weer langs in het straatbeeld. Sommigen hebben een half jaar in Thailand gebivakkeerd (want wie overwintert er nog in Spanje behalve je (groot)ouders.) Sommigen zijn op wereldreis geweest, en anderen hebben gewoon hun deur een winter lang dichtgehouden en het gezinsleven compleet uitgespeeld. Je vriendenkring breidt zich binnen een week weer uit als een rimpel over het water na de plons van een steen in de Hofvijver. Het gekanker over terrasvergunningen, horecabeleid en sluitingstijden neemt weer grootse vormen aan, waarbij we samen dan weer tot de conclusie komen dat we het best lekker voor elkaar hebben, met ons biertje in de hand op straat buiten de kroeg, op een doordeweekse februaridag. Zodra René Bom langspeddelt op z’n houten fiets op weg naar een terrasje, weet je dat de zonnestralen hun werk weer hebben gedaan en begint het grote genieten.

Maar zoals alles in het leven was deze opleving in februari ook maar weer van korte duur. Voorlopig zijn we weer veroordeeld tot de binnenkant van de bruine kroegen en Grand Cafe’s, tot de Grote Zaal van ’t Paard , of het Musicon, of gaan we dineren in de donkere hoekjes van al onze Haagse eettentjes. Het gekanker trekt zich terug in de Koffietent van Jekkers, wachtend op de volgende uitbraak van die warme vriend daarboven, waarna het hele circus zich weer naar buiten zal begeven, ondergetekende incluis.

Expats en onbegrensde mogelijkheden

Zelf ben ik nogal honkvast. Ik zeg nogal honkvast, ik bedoel eigenlijk vastgeroest aan mijn barkruk. De laatste 30 jaar hou ik zelf audientie in De Momfer de Mol, voorheen Saint Jerome, de plek waar alle dronken Amerikaanse expatkinderen hun weekend doorbrachten in de jaren ’80 en ’90. Die kids waren 16 als ze hier mochten stappen, en kenden in hun expatleven eigenlijk maar drie locaties: De Amerikaanse school (toen nog in het Statenkwartier), Vreeken,de Amerikaanse winkel in Wassenaar en de Saint Jerome, op vrijdag en zaterdagavond (met uitstapjes naar de Queens pub en de oude Bulldog). Dat was hun Den Haag, vaak jaren lang tot ze gingen studeren in hun eigen land van de onbegrensde mogelijkheden. Nooit beseften ze in welke stad ze die mooie en leuke jaren van hun leven hadden gewoond, en welke prachtige dingen ze hadden gemist door die tunnelvisie en wat er aan hun voeten had gelegen.

Warme Haagse Jitters

Want laten we eerlijk zijn, in DIT Den Haag, op DIT moment een jaar of 18 zijn, is toch het grootste cadeau dat je kan krijgen. Die kroegen, die bandjes en podia, de hele zomer volgepland met leuke en gevarieerde festivals en muziek. Laat die Gouden Bal maar weer komen, deze oudere jongere is er klaar voor om heel Den Haag mee te pakken deze lente en zomer, en als een goed evangelist het Haagse gevoel over te brengen op de onwetenden. Met een biertje in mijn hand, mijn voet a-ritmisch op de straat tappend bij een bandje en een enorm warm Haags gevoeltje van binnen, de Haagse Jitters dus.